featured image

Terwijl de Spaanse Burgeroorlog door het land raast, is het in een afgelegen weeshuis voor kinderen van gedode Republikeinse militairen en politici ook geen pretje. Carlos is een nieuweling die niet bepaald het lievelingetje is van de ijzige directrice en al helemaal moet oppassen voor de brute conciërge Jacinto. Deze springt uit zijn vel iedere keer wanneer een van de weesjongeren in de buurt komen van een vertrek van het weeshuis met een diepe put erin. Alleen een vriendelijke professor knijpt wel eens een oogje toe. Een onontplofte bom in het gebouw maakt constant de dreiging van de oorlog tastbaar en als dan ook nog blijkt dat er een rusteloze geest door de gangen en kamers spookt, kan er van een explosieve situatie gesproken worden.

El Espinazo del Diablo (The Devil’s Backbone) kan gezien worden als de opmaat voor del Toro’s latere meesterwerk ‘Pan’s Labyrinth’ en hij noemde het zelf het kleine, onvolwassen broertje daarvan. Hij laat voor het eerst zijn affiniteit met fantasyelementen zien en de de melancholieke sfeer is belangrijker dan de horror. Fantasy vormt sindsdien een rode draad door zijn regisseurscarrière. Doordat Guillermo del Toro over het algemeen fantasy en horror films maakt en boeken schrijft lijken mensen maar niet te kunnen bevroeden dat de man tot meer dan dat in staat is. 

El Espinazo del Diablo (The Devil’s Backbone)
Guillermo del Toro, 2001, Spanje, 106 minuten.
Eduardo Noriega, Marisa Paredes en Federico Luppi.
Spaans gesproken, Nederlands ondertiteld.